ECLI:NL:GHDHA:2017:3788
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging partneralimentatie en beoordeling arbeidsinspanningen vrouw
In deze zaak staat de partneralimentatie tussen de man en vrouw centraal. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin hij verplicht werd €392 per maand aan partneralimentatie te betalen. De vrouw ontvangt daarnaast kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. Het hof bevestigt dat de echtscheidingsbeschikking op 20 februari 2017 is ingeschreven.
De man betoogt dat de vrouw haar arbeidsuren moet uitbreiden van 16 naar 30 uur per week of ander werk moet zoeken, en stelt een afbouwregeling voor partneralimentatie voor tot september 2023. Tevens beschuldigt hij de vrouw van zwartwerken, wat het hof niet aannemelijk acht. De vrouw werkt bij een bedrijf met een vast contract voor 16 uur per week en heeft moeite om extra werk te vinden vanwege de beschikbaarheidseisen van haar werkgever.
Het hof oordeelt dat de vrouw voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar werkzaamheden momenteel niet kan uitbreiden, maar verwacht wel dat zij zich aantoonbaar blijft inspannen. Alimentatie wordt gezien als een tijdelijk financieel vangnet, passend bij maatschappelijke ontwikkelingen. De man heeft geen draagkrachtverweer gevoerd, zodat het hof hem in staat acht de alimentatie te voldoen.
De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het verzoek van de man wordt afgewezen. De behoefte van de vrouw is vastgesteld op €1.550 netto per maand, waarbij de partneralimentatie van €392 per maand passend wordt geacht naast haar eigen inkomen van circa €700 netto per maand.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de partneralimentatie van €392 per maand en wijst het verzoek tot beëindiging af.