ECLI:NL:GHDHA:2017:3512
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling pensioenrechten na echtscheiding conform Boon/Van Loon-arrest
Partijen zijn in 1993 gescheiden na huwelijk in algehele gemeenschap van goederen. De vrouw vordert in hoger beroep de verdeling van het door de man opgebouwde ouderdomspensioen conform het Boon/Van Loon-arrest.
De man voert verweer, waaronder dat de vrouw haar vordering zou hebben ingetrokken, dat de vordering verjaard is en dat de vrouw niet-ontvankelijk is omdat zij zich tot de boedelnotaris had moeten wenden. Het hof oordeelt dat de vrouw slechts de vordering inzake het prepensioen heeft ingetrokken, niet de hoofdeis. De vordering betreft een overgeslagen goed en is niet verjaard. De vrouw is ontvankelijk omdat de rechter de verdeling kan gelasten.
De man verzoekt matiging van de vordering wegens financiële omstandigheden, maar dit wordt afgewezen omdat hij geen bewijs overlegt dat hij niet tot betaling in staat is. Het hof wijzigt het vonnis door de wettelijke rente te beperken tot de periode vanaf 13 juli 2016 en wijst de eis tot betaling van indexaties toe. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van pensioenrechten met wettelijke rente en indexaties, met compensatie van proceskosten.