Uitspraak
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
- de man bijgestaan door zijn advocaat.
- bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 30 december 2014 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren [in] 1998 te [geboorteplaats] , en [minderjarige 2] , geboren op [in] te [geboorteplaats] , hierna te noemen: de minderjarigen, wat betreft de na 17 december 2015 te verschijnen termijnen telkens bij vooruitbetaling, zal uitkeren € 242,- per maand per kind;
- bepaald dat de vrouw binnen veertien dagen na de beschikking haar medewerking zal verlenen aan taxatie van de onroerende zaken aan de [adres] te [plaats] door makelaar [naam makelaar] te [plaats] , waarbij ieder van partijen de helft van de kosten van de taxatie voor zijn rekening zal nemen;
- de vrouw veroordeeld om terstond na verwezenlijking van een of meer van de in de notariële akte van 23 mei 2011 op pagina 2 onder a tot en met h omschreven omstandigheden € 140.000,- te voldoen aan de man, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van verwezenlijking van een of meer van die omstandigheden tot aan de dag der algehele voldoening;
- de vrouw veroordeeld om uiterlijk binnen 30 dagen na de ontbinding van het huwelijk, of zoveel eerder ingeval van vervreemding, aan de man te voldoen zijn aandeel (40%) in de meerwaarde op de wijze zoals in de notariële akte van verdeling van 23 mei 2011 uitgewerkt en met inachtneming van de uitkomst van de hiervoor bedoelde taxatie, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf de vijfde dag na de ontbinding van het huwelijk respectievelijk de vervreemding tot aan de dag der algehele voldoening.
- de echtscheiding tussen partijen met elkaar gehuwd [in] 1993 te [plaats] uit te spreken op een nader te bepalen datum;
- de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen partijen vast te stellen als volgt: betaling door de man aan de vrouw van per saldo een bedrag van € 190.329,- (1ste en 2de woning en goederen), plus een bedrag van € 140.000,- (overeenkomst 2006) plus een bedrag van € 125.000,- (aflossing hypotheek) minus een bedrag van € 140.000,- (akte 2011), mitsdien totaal een bedrag van € 315.329,-, althans bedragen en een totaalbedrag als het hof in goede justitie vermeent te behoren;
- de uitvoerbaar bij voorraadverklaring af te wijzen;
- de man te veroordelen in de kosten van het geding, althans kosten rechtens.
- de ingangsdatum van de kinderalimentatie te bepalen op 1 januari 2016, althans voor de periode tot 1 januari 2016 te bepalen dat de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen gelijk zal zijn aan hetgeen tot 1 januari 2016 door de man feitelijk is bijgedragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, althans een zodanige beslissing te nemen ten aanzien van de ingangsdatum en/of de feitelijk door de man verrichte betalingen als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren;
- te bepalen dat aan de man respectievelijk de vrouw de bij hem c.q. haar in het bezit en gebruik zijnde roerende zaken zullen worden toebedeeld en de vrouw vanwege haar overbedeling te veroordelen om uiterlijk binnen 30 dagen na dagtekening van de door het hof ten deze te wijzen beschikking primair een bedrag van € 20.000,- aan de man te voldoen, althans subsidiair een bedrag van € 5.000,- aan de man te voldoen, althans meer subsidiair een zodanig bedrag aan de man te voldoen door het hof in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover gerekend vanaf 30 december 2014, althans vanaf 9 februari 2015, althans vanaf een zodanige datum als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren, tot aan de dag der algehele voldoening, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren;
- de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen alle kosten, zowel gerechtelijke als buitengerechtelijke, verband houdende met de opeising en inning door c.q. namens de man van de schuld van de vrouw aan de man uit hoofde van de notariële akte van 23 mei 2011, en die kosten wat betreft de periode tot en met 29 april 2016 te bepalen op € 5.000,-, althans op een zodanig bedrag als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
- de echtscheiding uit te spreken op een nader te bepalen datum;
- primair: de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen partijen vast te stellen als volgt: betaling door de man aan de vrouw van per saldo een bedrag van € 190.329,- (1e en 2e woning en goederen), plus een bedrag van € 140.000,- (overeenkomst 2006) plus een bedrag van € 125.000,- (aflossing hypotheek), onder verbeurte door de man van een door de vrouw aan de man te betalen bedrag van € 140.000,- (akte 2011), mitsdien totaal een bedrag van € 455.329,- althans bedragen en een totaal bedrag als het hof juist acht;
- subsidiair: de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen de partijen vast te stellen als volgt: betaling door de man aan de vrouw van per saldo een bedrag van € 190.329,- (1e en 2e woning en goederen), plus een bedrag van € 140.000,- (overeenkomst 2006) plus een bedrag van € 125.000,- (aflossing hypotheek) minus een door de vrouw aan de man te betalen bedrag van € 140.000,- (akte 2011), mitsdien totaal een bedrag van € 315.329,-, althans bedragen en een totaal bedrag dat het hof juist acht;
- de uitvoerbaar bij voorraadverklaring af te wijzen;
- de man te veroordelen in de kosten van het geding, althans kosten rechtens.
De stellingen van partijen
- Woning 1 te [plaats] behoorde aan de man in eigendom toe. De woning is in 1996 verkocht voor een bedrag van NLG 56.338,-. Dit bedrag kwam geheel toe aan de man.
- Woning 2 aan de [adres] te [plaats] hebben partijen in 1995 gezamenlijk in eigendom verworven. Deze woning is deels gefinancierd met eigen vermogen van ieder van partijen en deels met een hypothecaire geldlening van de man.
- Woning 3 aan de [adres] in [plaats] hebben partijen in september 2005 gezamenlijk in eigendom verworven. Deze woning is gefinancierd met een deel van de overwaarde van woning 2, eigen vermogen van de vrouw en een gezamenlijke hypothecaire geldlening.
De overeenkomst van 28 april 2006
Akte van verdeling 23 mei 2011
- € 250.000,- hypothecaire geldlening door partijen;
- € 118.500,- aandeel van de man in de overwaarde van woning 2, zijnde de woning aan de [adres] te [plaats] ;
- € 118.500,- aandeel van de vrouw in de overwaarde van woning 2, zijnde de woning aan de [adres] te [plaats] ;
- € 280.000,- privévermogen van de vrouw.