ECLI:NL:GHDHA:2017:3423
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak is de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld door de verdachte.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de advocaat-generaal verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren omdat deze geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook ter zitting geen mondelinge bezwaren heeft geuit. Het hof heeft vastgesteld dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend, maar dat de verdachte niet heeft voldaan aan de vereisten voor ontvankelijkheid in hoger beroep zoals gesteld in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft daarom de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De mogelijkheid dat de inleidende dagvaarding nietig zou zijn, doet hieraan niet af. Het hof heeft geen ambtshalve terugwijzing naar de rechtbank overwogen. Het arrest is uitgesproken op 29 november 2017 door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.