ECLI:NL:GHDHA:2017:3398

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 oktober 2017
Publicatiedatum
1 december 2017
Zaaknummer
22-001319-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet voldoen schriftelijke volmacht bij hoger beroep

In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld door een schriftelijke volmacht die door de advocaat aan een griffiemedewerker is gegeven. De volmacht voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 450 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat het onder meer ontbrak aan een verklaring dat de verdachte instemt met ontvangst van de oproeping en een adres voor verzending van de appeldagvaarding.

De verdachte verscheen niet op de terechtzitting in hoger beroep en de raadsman die wel aanwezig was, was niet bepaaldelijk gemachtigd. Het hof stelde vast dat de schriftelijke volmacht niet rechtsgeldig was en dat het hoger beroep daardoor niet op de juiste wijze was ingesteld.

Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder een recente uitspraak van 19 september 2017, werd bevestigd dat aan strikte voorwaarden moet worden voldaan bij het instellen van hoger beroep via een schriftelijke volmacht. Het hof oordeelde daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep en wees het beroep af.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet voldoen aan de eisen van de schriftelijke volmacht.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001319-17
Parketnummer: 09-240605-16
Datum uitspraak: 9 oktober 2017
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1993,
[adres].
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 9 oktober 2017 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hoger beroep is ingesteld bij akte van 20 maart 2017 op grond van een schriftelijke volmacht die door de raadsman namens de verdachte is verleend aan een griffiemedewerker van de rechtbank.
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad (zie onder meer HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 en HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2411) kan een door de verdachte daartoe bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat schriftelijk hoger beroep doen instellen op de wijze als bedoeld in artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De door de advocaat aan de griffie verzonden schriftelijke volmacht dient dan echter aan de in artikel 450, eerste en derde lid, Sv geformuleerde eisen te voldoen en dient mitsdien de volgende elementen te bevatten:
1) een verklaring van de advocaat dat hij tot het instellen van het hoger beroep door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd;
2) een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep;
3) de vermelding van het door de verdachte opgegeven adres waarnaar een afschrift van de appeldagvaarding kan worden gezonden.
Gebleken is dat de aan de appelakte gehechte bijzondere volmacht geen verklaring bevat als hierboven onder 2) bedoeld. Evenmin bevat de volmacht een adres waarnaar een afschrift van de appeldagvaarding kan worden verzonden. Dit leidt het hof tot het oordeel dat de schriftelijke volmacht niet voldoet aan de daaraan door de wet gestelde eisen en derhalve dat de verdachte niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep heeft ingesteld.
Het hof stelt voorts vast dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep niet is verschenen en dat de verschenen raadsman verklaard heeft niet bepaaldelijk gemachtigd te zijn.
Gelet op het voorgaande en met name gelet op de recente uitspraak van de Hoge Raad, HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2411,(een herhaling van de strakke leer in eerdere en oudere uitspraken van de Hoge Raad)komt het hof tot het oordeel dat de verdachte in zijn hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr. R.F. de Knoop en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. M.J. den Haan.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 oktober 2017.