ECLI:NL:GHDHA:2017:3285
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie bij groot verschil in welvaartsniveau en onderhoudsplicht voor twee kinderen
In deze civiele zaak stond de hoogte van de kinderalimentatie centraal, waarbij het hof het hoger beroep van de vrouw en het incidenteel hoger beroep van de man gezamenlijk behandelde.
De vrouw verzocht om een verhoging van de alimentatie naar €333 per maand, terwijl de man een verlaging naar €203 per maand bepleitte. De rechtbank had eerder een bedrag van €217 per maand vastgesteld. Het geschil betrof onder meer de draagkracht van de man en de verdeling daarvan over zijn twee kinderen, waaronder een kind uit een nieuwe relatie.
Het hof bevestigde dat de draagkracht van de man gelijkelijk over beide kinderen moet worden verdeeld, conform jurisprudentie van de Hoge Raad. Gezien het grote verschil in welvaartsniveau tussen de gezinnen en de ruime draagkracht van de man en zijn partner, besloot het hof het surplus aan draagkracht deels ten goede te laten komen aan het kind in het gezin van de vrouw, zodat de financiële situatie van het kind in beide gezinnen meer vergelijkbaar wordt.
De zorgkorting werd vastgesteld op 25%, in lijn met de eerdere beschikking. De alimentatie werd vastgesteld op €275 per maand inclusief schoolkosten, ingaande 1 oktober 2017. Voor de periode daarvoor bleef de eerdere beschikking van kracht. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De kinderalimentatie is vastgesteld op €275 per maand inclusief schoolkosten, ingaande 1 oktober 2017.