Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 januari 2017
[appellant] ,
[naam 1] Advies,
Gerechtshof Den Haag
Appellant, werkzaam als ICT-adviseur, vorderde betaling van een factuur voor ICT-werkzaamheden verricht voor [naam 2] Housing B.V., een vastgoedpresentatiebedrijf. De kantonrechter wees de vordering af omdat niet was gebleken dat partijen een overeenkomst van opdracht hadden gesloten.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk werkzaamheden voor [naam 2] Housing had verricht buiten de samenwerking binnen Energielabel Haaglanden, en dat hiervoor een betaalde opdracht bestond. Hij kon echter niet aantonen dat hierover afspraken waren gemaakt over aard, omvang, prijs of frequentie van de werkzaamheden.
Het hof oordeelde dat de e-mails en chatberichten slechts ad hoc hulp bij ICT-problemen lieten zien, passend bij een vriendschappelijke relatie, en onvoldoende bewijs vormden voor een juridische verplichting tot betaling. Ook ontbrak bewijs van instructies of verantwoording die kenmerkend zijn voor een overeenkomst van opdracht.
De vordering werd daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen overeenkomst van opdracht is gesloten en wijst de vordering tot betaling af.