ECLI:NL:GHDHA:2017:3093
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- W.P.C.M. Bruinsma
- I.P.A. van Engelen
- L.F. Gerretsen-Visser
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onterechte voorlopige hechtenis
De verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering tot toekenning van schadevergoeding wegens de door hem ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
Het hof bevestigde eerder het vrijspraakarrest van de rechtbank, dat onherroepelijk is geworden. Het verzoek tot schadevergoeding werd behandeld waarbij de advocaat-generaal pleitte voor toekenning van €7.435, terwijl de verzoeker zelf niet aanwezig was.
Het hof oordeelde dat de periode van verzekering van 16 tot 19 september 2014 en voorlopige hechtenis van 19 september tot 17 december 2014 recht geeft op vergoeding. De periode van schorsing met bijzondere voorwaarden werd niet als vrijheidsbeneming aangemerkt en afgewezen.
De vergoeding werd berekend op basis van €105 per dag in beperkingen en €80 per dag buiten beperkingen, resulterend in een totaal van €7.435. Het hof wees het verzoek toe en beval de betaling ten laste van de Staat.
Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €7.435 toe wegens onterechte verzekering en voorlopige hechtenis.