Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de curator, bijgestaan door zijn advocaat;
- de zwager van de betrokkene.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft het hoger beroep van de curator tegen de opheffing van de ondercuratelestelling van een betrokkene die feitelijk in Spanje verblijft. De curator verzoekt de curatele te handhaven of in elk geval het bewind over de goederen uit te spreken.
Het hof beoordeelt eerst de rechtsmacht. Hoewel de betrokkene en haar echtgenoot in Spanje wonen, is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 9 van Pro het Haags verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, mede omdat het vermogen en de WAO-uitkering in Nederland zijn gevestigd.
Inhoudelijk stelt het hof vast dat de betrokkene een verstandelijke beperking en bijkomende psychiatrische problematiek heeft, waardoor de bescherming door curatele nog steeds noodzakelijk is. De curator verricht nog steeds belangrijke werkzaamheden en er is geen gegronde reden om de curatele op te heffen.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot opheffing van de ondercuratelestelling af. De uitspraak wordt binnen tien dagen bekendgemaakt in de Staatscourant en geregistreerd in het Centraal Curatele- en bewindregister.
Uitkomst: De ondercuratelestelling wordt gehandhaafd en het verzoek tot opheffing wordt afgewezen.