Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
2.
alleenheeft begaan.
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van schuldheling met betrekking tot een container en een chassis die vermoedelijk door misdrijf waren verkregen. De politierechter had verdachte veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd vanwege onduidelijkheden en kennelijke vergissingen in de bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten.
Het hof heeft vastgesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. De bewezenverklaring was onduidelijk en bevatte tegenstrijdigheden tussen schuldheling en opzetheling, medeplegen en alleen handelen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld wat de politierechter precies bewezen achtte.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard, omdat verdachte werd vrijgesproken en de vordering te complex werd geacht voor behandeling in het strafproces. Kostenveroordeling werd achterwege gelaten omdat geen kosten waren gesteld.
Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 24 augustus 2017. De vrijspraak betekent dat verdachte niet langer strafrechtelijk wordt aangesproken voor de ten laste gelegde schuldheling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen schuldheling wegens onvoldoende bewijs.