ECLI:NL:GHDHA:2017:2682
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake ongerechtvaardigde verrijking na betaling restschuld woning
In deze zaak vordert de schoonzoon in hoger beroep vernietiging van het vonnis van de kantonrechter, waarin hij werd veroordeeld tot betaling van € 4.093,36 aan de schoonmoeder, vermeerderd met wettelijke rente, wegens ongerechtvaardigde verrijking. De grondslag is dat de schoonmoeder de restschuld van de gezamenlijk verkochte woning, waarvan de schoonzoon en zijn toenmalige echtgenote mede-eigenaar waren, heeft voldaan.
De schoonzoon stelt dat er een interne afspraak bestond met zijn ex-echtgenote dat zij de restschuld volledig zou dragen en dat hij niet betrokken was bij de verkoop. De schoonmoeder betwist dit en wijst op bewijs dat de schoonzoon wel degelijk betrokken was en akkoord ging met de verkoop en onderwaarde.
Het hof oordeelt dat de schoonzoon zijn stelplicht en bewijslast omtrent de vermeende afspraak onvoldoende heeft onderbouwd en dat hij als mede-eigenaar betrokken was bij de verkoop. Ook het verweer dat de betaling een gift zou zijn, faalt wegens gebrek aan bewijs van bevoordelingsbedoeling. Het hof bekrachtigt daarom het bestreden vonnis en veroordeelt de schoonzoon tevens in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de schoonzoon tot betaling van zijn deel van de restschuld en in de proceskosten.