ECLI:NL:GHDHA:2017:2601
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezag en zorgregeling met omgangsregeling na geschil tussen ouders
In deze zaak staat de toedeling van het gezag en de zorg- en opvoedingstaken over een minderjarige centraal, waarbij de ouders al geruime tijd uit elkaar zijn en onderling moeilijk communiceren. De moeder betoogt dat gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico vormt voor het kind, mede vanwege incidenten en de emotionele toestand van de minderjarige, die moeite heeft met overnachtingen bij de vader. De vader weerspreekt deze stellingen en benadrukt dat het contact en de overnachtingen goed verlopen en dat het behandeltraject van het kind recent is gestart.
Het hof overweegt dat ondanks de onenigheid tussen de ouders, zij nog wel communiceren en gezamenlijk oudergesprekken voeren. Er is geen bewijs dat het gezamenlijk gezag het kind onaanvaardbaar in de knel brengt. De aanwezigheid van een gezinsvoogd en het lopende hulpverleningstraject verminderen het risico op nadelige gevolgen. Het hof bekrachtigt daarom het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek van de moeder af om de overnachtingen bij de vader te laten vervallen.
De zorgregeling wordt vastgesteld conform de voorlopige regeling: de minderjarige verblijft om de veertien dagen van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader, met aanvullende afspraken over schoolvakanties en feestdagen. Het hof benadrukt het belang van rust, respectvolle omgang tussen ouders en het voorkomen dat het kind tussen hen in komt te staan. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en stelt een zorgregeling vast waarbij de minderjarige om de veertien dagen bij de vader verblijft.