Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 5 september 2017
Het geding
Beoordeling in de hoofdzaak
Beslissing
- € 313,- griffierecht;
- € 894,- salaris advocaat.
Gerechtshof Den Haag
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter waarin zij werd veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van een gezamenlijke woning na echtscheiding. De woning was gelegen aan een adres en werd gezamenlijk eigendom gehouden.
De vader van de man had zich bereid verklaard de woning te kopen voor € 465.000,- kosten koper, maar de vrouw werkte niet mee aan de verkoop en startte hoger beroep. Geïntimeerden startten een kort geding om de vrouw te dwingen tot medewerking en opheffing van beslag op de woning. De voorzieningenrechter wees een deel van die vorderingen toe.
In hoger beroep is gebleken dat de woning inmiddels op 4 april 2017 notarieel is verkocht en geleverd aan de vader van de man. De vrouw heeft deze feitelijke mededeling niet weersproken. Hierdoor ontbreekt haar belang bij het hoger beroep, zodat het hof haar vordering afwijst en haar veroordeelt in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vrouw wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, met veroordeling in de proceskosten.