ECLI:NL:GHDHA:2017:2584
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging straat- en contactverbod na relatiebeëindiging in kort geding
In deze zaak vordert appellant vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter Rotterdam dat een straat- en contactverbod oplegt na het beëindigen van zijn relatie met geïntimeerde. Het hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld in het bestreden vonnis, aangezien daartegen geen grief is gericht.
De voorzieningenrechter verbood de man gedurende zes maanden zich te begeven in een bepaald gebied en contact op te nemen met de vrouw, onder dreiging van een dwangsom. Appellant betwistte het spoedeisend belang en de grondslag van het verbod, verwijzend naar het sepot in het strafrechtelijk onderzoek en ontkende stalking.
Het hof oordeelt dat ondanks het sepot het straat- en contactverbod gerechtvaardigd is vanwege het spanningsveld en het welzijn van geïntimeerde. De gedragsaanwijzing en eerdere verdenking van stalking ondersteunen het belang van de maatregel. De motivering van de voorzieningenrechter is voldoende en het hof bekrachtigt het vonnis. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het straat- en contactverbod en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.