ECLI:NL:GHDHA:2017:2574
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.B. Kamminga
- A.H.N. Stollenwerck
- O.I.M. Ydema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beneficiaire aanvaarding en aansprakelijkheid vereffenaar in nalatenschap
In deze zaak staat centraal of de stiefdochter de nalatenschap van haar moeder zuiver of beneficiair heeft aanvaard en of zij als vereffenaar aansprakelijk is voor tekortkomingen in de afwikkeling. De stiefdochter aanvaardde beneficiair op 15 juni 2010, enkele weken na het overlijden van haar moeder op 20 mei 2010. De zoon betoogde dat bepaalde handelingen, zoals het gebruik van de telefoon van de moeder en betalingen van kosten, duiden op zuivere aanvaarding.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de gemaakte uitgaven, waaronder crematiekosten, een diner na de crematie, bloemen en dankkaartjes, binnen de beheerhandelingen vielen en niet tot zuivere aanvaarding leiden. Kleine telefoonkosten en betalingen voorafgaand aan de beneficiaire aanvaarding werden eveneens niet als ondubbelzinnige aanvaarding gezien. De stiefdochter handelde in haar hoedanigheid als vereffenaar en was niet op de hoogte van de gevolgen van zuivere aanvaarding totdat zij door een notaris werd geïnformeerd.
Verder werd onderzocht of de stiefdochter als vereffenaar aansprakelijk kon worden gehouden voor het niet incasseren van een lening van €5.000,- aan haar kleindochter. Het hof vond dat niet van haar verwacht kon worden dat zij een procedure moest starten, mede omdat de lening mogelijk was kwijtgescholden. Ook andere vorderingen en beschuldigingen van onrechtmatig handelen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De boedelbeschrijving was adequaat en de vereffening was opgeheven wegens gebrek aan baten.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank, wees de vorderingen van de zoon af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de zoon af.