ECLI:NL:GHDHA:2017:2561
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling onverschuldigde proceskosten na vernietiging arrest
De dochter is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter dat haar vordering tot terugbetaling van proceskosten, betaald aan de moeder op grond van een eerder vernietigd arrest, afwees.
De kern van het geschil betreft de vraag of de door de dochter betaalde proceskosten onverschuldigd zijn, nu het arrest van het hof Den Haag dat daartoe veroordeelde door de Hoge Raad is vernietigd en verwezen naar het hof Amsterdam. De dochter stelt dat de vernietiging van het arrest de rechtsgrond voor de betaling heeft weggenomen, waardoor de betaling onverschuldigd is.
Het hof oordeelt dat de dochter ontvankelijk is in haar vordering, maar dat de vernietiging van het arrest niet betekent dat de proceskostenveroordeling definitief van de baan is. De zaak moet door het hof Amsterdam worden voortgezet, dat opnieuw zal beoordelen of de kostenveroordeling gehandhaafd blijft.
Het hof wijst het hoger beroep van de dochter af en bekrachtigt het bestreden vonnis. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het incidenteel appel van de moeder wordt eveneens verworpen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot terugbetaling van proceskosten af en bekrachtigt het bestreden vonnis.