ECLI:NL:GHDHA:2017:245
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en verdeling voormalige echtelijke woning na echtscheiding
In deze zaak stond de vaststelling van kinder- en partneralimentatie en de verdeling van de voormalige echtelijke woning centraal na de echtscheiding van partijen. De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam, met name over de hoogte van de kinderalimentatie en de waardering en toedeling van de woning.
De vrouw trok haar verzoek om partneralimentatie in, waarna het hof dit verzoek afwees wegens het ontbreken van draagkracht bij de man. De discussie over kinderalimentatie draaide om de juiste bepaling van het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man, waarbij het hof uitging van een NBI van €3.122 per maand inclusief een bescheiden bedrag aan zwarte inkomsten, en een NBI van €1.023 voor de vrouw. De behoefte van de minderjarige kinderen werd vastgesteld op €1.519 per maand.
De draagkracht van de man werd berekend op €430 per maand, wat resulteerde in een kinderalimentatie van €72 per maand per kind. Het hof oordeelde dat de vrouw geen terugbetalingsverplichting heeft voor eventueel teveel ontvangen alimentatie. Ten aanzien van de woning bevestigde het hof de toedeling aan de vrouw tegen de taxatiewaarde van €310.000, waarbij zij de hypotheekschuld draagt en de man wordt ontslagen van aansprakelijkheid. De kosten van toescheiding komen voor rekening van de vrouw.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd op 25 januari 2017 uitgesproken door het hof Den Haag.
Uitkomst: Kinderalimentatie vastgesteld op €72 per maand per kind, partneralimentatie afgewezen, woning toegewezen aan vrouw tegen taxatiewaarde met haar verplichting tot hypotheekaflossing.