Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 14 februari 2017
de Coöperatieve Rabobank U.A.,
Coöperatieve Rabobank Rotterdam U.A.,
[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
[geïntimeerde 4],
[geïntimeerde 5],
[geïntimeerde 6],
[geïntimeerde 7],
[geïntimeerde 8],
[geïntimeerde 9],
[geïntimeerde 10],
[geïntimeerde 11],
De beoordeling van het hoger beroep
“U neemt niet meer deel aan de pensioenregeling van Bpf Koopvaardij
Het principaal appel
a prioridus geen reden om een vordering tot (pre)pensioenopbouw niet bevoorrecht te achten.
jegens de werkgever(die geen pensioenvoorziening bij een pensioenfonds of een verzekering heeft getroffen) dan wel om een vordering in geld van de werknemer op de werkgever. Uit het opnemen van pensioenen in de bepaling kan in elk geval worden afgeleid dat de wetgever van mening is dat de rechten jegens de werkgever in verband met overeengekomen pensioenaanspraken een voorrecht verdienen.