Uitspraak
Rolnummer:22-001249-16 PROMIS
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[naam],
een of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 1 januari 2005 tot 1 oktober 2012 te [woonplaats 1] en
/of[woonplaats 2] en
/of[woonplaats 3]
en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een persoon genaamd [slachtoffer] heeft
geworven,vervoerd, overgebracht gehuisvest
ofenopgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer], terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
/of
/hebbenverdachte
en/of haar, verdachtes, mededader(s)
laten overbrengen en/ofovergebracht en
/of
/oflaten vervoeren en
/of
(illegaal
)gehuisvest in haar
/hunwoning en
/of
/ofschoonmaker laten werken in haar
/hunwoning,
althans die [slachtoffer] huishoudelijke werkzaamheden laten verrichten,en
/of
(gehandicapt
)persoon genaamd [getuige 1] laten werken en
/of
/ofmedische verzorging onthouden.
en
mensenhandel.
€ 66.614,84 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag – vermeerderd met de wettelijke rente - aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer].
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.
Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]:
€ 66.614,84 (zesenzestigduizend zeshonderdveertien euro en vierentachtig cent) bestaande uit € 46.614,84 (zesenveertigduizend zeshonderdveertien euro en vierentachtig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 66.614,84 (zesenzestigduizend zeshonderdveertien euro en vierentachtig cent) bestaande uit € 46.614,84 (zesenveertigduizend zeshonderdveertien euro en vierentachtig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
340 (driehonderdveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.