Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van een geldbedrag dat afkomstig zou zijn uit enig misdrijf.
De verdachte werd ervan verdacht op of omstreeks 1 juni 2016 in Nederland een bedrag van €65.100,-, bestaande uit briefjes van 50 euro, voorhanden te hebben terwijl hij wist of had moeten vermoeden dat dit geld uit criminele activiteiten afkomstig was. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en eiste een gevangenisstraf van 105 dagen en verbeurdverklaring van het geld en een auto.
Het hof oordeelde dat hoewel er een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen bestond, de verdachte een concrete, verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld had gegeven die niet op voorhand onwaarschijnlijk was. Het nader onderzoek van het OM kon niet met voldoende zekerheid de legale herkomst uitsluiten. Cruciaal was dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf kwam. Daarom sprak het hof verdachte vrij en gelastte teruggave van het geld en de auto.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen bewijsvoering omtrent de wetenschap of het vermoeden van de verdachte bij witwaszaken en de zorgvuldigheid bij het beoordelen van alternatieve legale herkomsten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of moest vermoeden dat het geldbedrag uit een misdrijf afkomstig was.