Uitspraak
1.Het verloop van het geding
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn gehuwd geweest tot 15 oktober 2015 en waren in wettelijke gemeenschap van goederen. De rechtbank had bepaald dat de man de openstaande verkeersboetes bij het CJIB als eigen schuld moest dragen. Het hof vernietigde dit en bepaalde dat beide partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn.
De vrouw verzocht op grond van artikel 382 Rv Pro om herroeping van deze beschikking, stellende dat de boetes verknocht zijn aan de man, dat hij lichtvaardig schulden heeft gemaakt en de gemeenschap heeft benadeeld. Tevens stelde zij dat de man opzettelijk andere boetes had verzwegen.
Tijdens de procedure bleek dat partijen na de beschikking van het hof een bindende overeenkomst sloten waarbij de man zich verplichtte alle verkeersboetes zelf te dragen en de vrouw daarvan vrij te houden. Deze afspraak werd bevestigd door de man en vastgelegd door de advocaten.
Het hof oordeelde dat door deze nadere overeenkomst het verzoek tot herroeping geen belang meer had en wees het af. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot herroeping af vanwege een bindende overeenkomst over de draagplicht van verkeersboetes.