Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 11 juli 2017
2. [Handelsonderneming X] B.V.,
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
Het geding
Beoordeling in hoger beroep
“De (groot)handel in motorvoertuigen, boten en goederen van uiteenlopende aard. Exploitatie van onroerende zaken”.
grief 2komt [appellanten] op tegen de overweging van de kantonrechter dat het openbaar ministerie (OM) op grond van artikel 116 Sv Pro geen onderzoek hoeft te doen naar de civielrechtelijke eigendomsverhoudingen en dat dit onderzoek niet relevant is voor het strafrechtelijk onderzoek. Volgens [appellanten] laat de strafvorderlijke hoofdregel van teruggave aan de beslagene onverlet dat het OM verplicht is om civielrechtelijk te beoordelen of de beslagene de rechthebbende is. [appellanten] betoogt dat [naam 2] ingevolge het bepaalde in artikel 3:86 BW Pro civielrechtelijk rechthebbende is gebleven zodat het OM de boot aan hem, en niet aan [naam 5] , had moeten teruggeven. Volgens
grief 3had de kantonrechter er niet aan voorbij mogen gaan dat de boot is omgekat en dat het OM deze niet terug in het rechtsverkeer had mogen brengen. Met
grieven 4 tot en met 6wordt aangevoerd dat de kantonrechter heeft miskend dat het OM heeft nagelaten om [naam 2] in februari 2013 te informeren over (i) de opsporing van de boot, (ii) het voornemen/besluit om de boot aan [naam 5] terug te geven en (iii) het besluit tot het afzien van verdere opsporing en de sepotbeslissing. Ook heeft de kantonrechter miskend dat de beslissing tot teruggave van de boot aan [naam 5] en de sepotbeslissing onrechtmatig zijn jegens (onder meer) [appellanten] en dat er geen sprake is van eigen schuld aan de zijde van [appellanten]
vaststaandefeiten te vermelden, voor zover de beslissing daarop rust. Partijen zijn in dit geval: [appellanten] en de Staat, niet de andere onder 1.1 n genoemde partijen. Overigens kunnen dergelijke feiten ook elders in het vonnis worden vermeld, voor zover aan de orde. Dit hoeft niets steeds onder het kopje ‘feiten’.