Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 februari 2017
[appellant]
Goudse Schadeverzekeringen N.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- een verklaring voor recht dat Goudse onder de verzekering gehouden is tot vergoeding van de schade van [appellant] als gevolg van de brand van 6 september 2011, alsmede veroordeling van Goudse tot betaling van € 233.302, met wettelijke rente,
- ongedaanmaking van de registratie in het interne verwijzingsregister en de melding daarvan aan het CBV alsmede de registratie in het externe verwijzingsregister bij de stichting CIS te Zeist op straffe van een dwangsom, en
- betaling van de kosten van de contraexpert ten belope van € 10.961,24, van de buitengerechtelijke kosten van € 10.000, en van de proceskosten.
stelligontkend, zodat zich niet het in artikel 159 lid 2 Rv Pro bedoelde geval voordoet dat het aanvraagformulier tegen [appellant] geen bewijs oplevert zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. Nu slechts een kopie van het originele aanvraagformulier beschikbaar is, volgt uit hetgeen hiervoor onder 7 is overwogen dat deze weliswaar geen dwingend bewijs oplevert maar dat de waardering daarvan aan de rechter is overgelaten. Mede in het licht van de op het oog duidelijke gelijkenis tussen de handtekening op het aanvraagformulier en de twee in elk geval door [appellant] ondertekende documenten, waaronder de offerte voor de desbetreffende opstalverzekering (producties c en d bij conclusie van antwoord) is ook het hof van oordeel dat [appellant] zijn betwisting dat de handtekening op het aanvraagformulier de zijne is, onvoldoende heeft gemotiveerd. Grief I faalt derhalve.
Ook deze grief faalt. De zorgplicht van Goudse als opvolgend tussenpersoon reikte niet zo ver dat zij het aanvraagformulier voor de verzekering van [appellant] had moeten controleren. De door Goudse weersproken stelling van [appellant] dat Goudse had moeten zien dat het aanvraagformulier niet correct was, is niet gemotiveerd zodat het hof daaraan voorbijgaat. Hetzelfde geldt voor de stelling van [appellant] dat Goudse aansprakelijk is voor toerekenbare tekortkomingen van haar ‘rechtsvoorganger’ Delta Adviezen.