ECLI:NL:GHDHA:2017:2056
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging omgangsregeling en bevestiging dwangsom na weigering nakoming
In deze zaak staat de nakoming van een door de rechtbank vastgestelde omgangsregeling tussen de man en de minderjarige centraal. De vrouw, die het ouderlijk gezag heeft, weigert de omgangsregeling na te komen, ondanks dat de rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat deze regeling in het belang van het kind is.
De vrouw voert aan dat er sprake is van huiselijk geweld en dat de omgangsregeling leidt tot angst en psychische problemen bij de minderjarige. Zij stelt dat de zaak te complex is voor een kort geding en dat zij de dwangsom niet kan betalen. De man betwist de beschuldigingen en stelt dat hij enkel omgang wenst en dat de vrouw de regeling niet nakomt.
Het hof overweegt dat de omgangsregeling, zoals vastgesteld in de beschikking van 22 september 2015, onverkort nagekomen moet worden tenzij sprake is van een juridische of feitelijke misslag of nieuwe feiten die het belang van het kind aantasten. Geen van deze omstandigheden is gebleken. De dwangsom wordt bevestigd als pressiemiddel. De vrouw wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de vrouw tot nakoming van de omgangsregeling onder dwangsom.