ECLI:NL:GHDHA:2017:2054
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Geen wijziging partneralimentatie wegens onvoldoende bewijs inkomensdaling
Partijen zijn ex-echtgenoten waarbij de man maandelijks €2.000,- partneralimentatie aan de vrouw betaalt op grond van een echtscheidingsakte uit 2008, geregeld onder Belgisch recht. De man verzocht de alimentatie per 11 juni 2012 te beëindigen wegens een vermeende inkomensdaling van minstens 25% die onafhankelijk van zijn wil zou zijn ontstaan.
De man stelde dat zijn inkomen door faillissementen en bedrijfsverliezen fors was gedaald en dat hij inmiddels een inkomen op bijstandsniveau had. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man onvoldoende bewijs leverde en dat hij betalingsonwil vertoonde.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende feiten en bewijsstukken had overgelegd om de inkomensdaling en het onafhankelijke karakter daarvan aannemelijk te maken. Ook ontbrak medische onderbouwing voor arbeidsongeschiktheid en was er geen bewijs van opheffing van het faillissement. De processtukken van de man werden deels buiten beschouwing gelaten wegens late indiening.
Daarom werd de bestreden beschikking van de rechtbank bevestigd en het verzoek van de man afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot nihilstelling van de partneralimentatie af wegens onvoldoende bewijs van inkomensdaling.