ECLI:NL:GHDHA:2017:1932
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens herstel tekortkomingen
Appellante was onder de schuldsaneringsregeling geplaatst door de rechtbank Den Haag in 2015. Deze regeling werd op voordracht van de rechter-commissaris beëindigd in maart 2017 wegens niet-nakoming van verplichtingen, waaronder informatieplicht en sollicitatieverplichting.
In hoger beroep stelde appellante dat zij de tekortkomingen had hersteld, waaronder volledige aflossing van een nieuwe schuld en een plan om de boedelachterstand in te lopen. Zij voerde aan arbeidsongeschikt te zijn en onder behandeling bij een psycholoog, wat zij onderbouwde met keuringsrapporten.
De bewindvoerder bevestigde dat een vrijstelling voor de sollicitatieverplichting mogelijk was geweest en dat de nieuwe schuld was afgelost. Hoewel de bewindvoerder aanvankelijk de beëindiging terecht vond, adviseerde hij voortzetting van de regeling nu aan alle verplichtingen werd voldaan.
Het hof oordeelde dat de tekortkomingen ernstig waren maar dat appellante voldoende had gedaan om deze te herstellen. Gezien haar arbeidsongeschiktheid en de inspanningen om de boedelachterstand in te lopen, achtte het hof beëindiging een te zware sanctie. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de schuldsaneringsregeling werd voortgezet met de verwachting dat appellante haar verplichtingen stipt nakomt.
Uitkomst: De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt vernietigd en de regeling wordt voortgezet onder voorwaarden.