Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 mei 2017
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
Het bestreden vonnis
- 5.1 sluit de vordering tot verdeling van [naam A] voor de komende drie jaren uit;
- 5.2 bepaalt dat [de vrouw] haar aandeel in [naam] N.V. om niet aan [de man] dient over te dragen, waarbij partijen ieder de helft van de kosten van de overdracht dragen;
- 5.3 bepaalt dat de op naam van [de vrouw] staande beleggingsverzekering bij Aegon met certificaatnummer [nummer] dient te worden afgekocht en dat aan ieder der partijen de helft van de netto-opbrengst (na belasting) zal toekomen.
- 5.4 verklaart hetgeen onder 5.2 en 5.3 weergegevene uitvoerbaar bij voorraad;
- 5.5 compenseert de kosten van dit geding aldus, dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;
- 5.6 wijst het meer of anders gevorderde af.
Kern van het geschil
Vordering man
Grief van de man
- Uit de passage die de rechtbank heeft opgenomen uit het mailverkeer van de Surinaamse advocaten blijkt dat de advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man heeft bevestigd dat de vrouw akkoord is;
- Anders dan de rechtbank overweegt valt uit het mailverkeer wel op te maken dat het bij verzoekschrift ingediende convenant destijds was geaccepteerd;
- De man legt als productie 1 over de verklaring van zijn advocaat van 5 augustus 2016 waarin mr. Kraag verklaart dat over het aan de verklaring aangehechte convenant overeenstemming is bereikt;
- De man biedt uitdrukkelijk aan onder ede te verklaren dat hetgeen zijn advocaat verklaart juist is.
Verweer door de vrouw
- Er is geen correspondentie van de zijde van de (advocaat) van de vrouw die bevestigt dat de vrouw het met alles eens is;
- De vrouw heeft nimmer een convenant getekend, dan wel laten meedelen dat zij onvoorwaardelijk akkoord was met enige verdeling;
- De vrouw merkt daarbij op dat er door de man twee verschillende convenanten in het geding zijn gebracht, die beiden alleen door de man zijn ondertekend;
- Het feit dat de man verschillende convenanten inbrengt, en daarbij wisselend verklaart over de totstandkoming ervan, maakt zijn verklaring dat er reeds in 2011 overeenstemming zou zijn over de verdeling van de huwelijksgemeenschap naar het oordeel van de vrouw volstrekt ongeloofwaardig.