ECLI:NL:GHDHA:2017:1807
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verhuisverbod bij eenhoofdig gezag over minderjarig kind
De vrouw, houdster van het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind, was door de voorzieningenrechter verboden om met het kind te verhuizen naar een andere gemeente. De vader, die het gezag niet heeft, had dit verhuisverbod gevraagd. De vrouw ging in hoger beroep tegen dit verbod.
Het hof stelde vast dat de vrouw bevoegd is om over de woonplaats van het kind te beslissen, maar dat deze bevoegdheid wordt begrensd door het belang van het kind. De voorzieningenrechter had het belang van het kind onvoldoende gewogen, vooral met betrekking tot het traject 'Ouderschap Blijft' dat partijen volgen.
In hoger beroep bleek dat dit traject ook na verhuizing naar de nieuwe gemeente kan worden voortgezet en dat de continuïteit van de hulpverlening verzekerd is. Daarnaast woog het hof mee dat de vrouw met haar nieuwe partner en hun gezamenlijke kind wil samenwonen, hetgeen het gezinsleven bevordert.
Het belang van het minderjarige kind wordt door de verhuizing niet onaanvaardbaar geschaad, mede omdat het kind nog jong is en geen sociaal of schoolleven heeft opgebouwd. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees de vordering van de vader af, waardoor de vrouw vrij is om te verhuizen met het kind.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot verhuisverbod af en vernietigt het eerdere vonnis, waardoor de moeder met het kind mag verhuizen.