ECLI:NL:GHDHA:2017:1719
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarigen wegens onvoldoende ernstige bedreiging ontwikkeling
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die hun drie minderjarigen onder toezicht stelde vanwege zorgen over een andere dochter in het gezin. De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling voerden verweer en benadrukten de zorgelijke situatie binnen het gezin, met name de dwingende houding van de vader en het gesloten karakter van het gezin.
Het hof overwoog dat de ondertoezichtstelling alleen kan worden opgelegd indien er sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen en onvoldoende acceptatie van noodzakelijke zorg door de ouders. Uit het dossier en de zitting bleek echter dat er geen concrete aanwijzingen waren van een bedreigde ontwikkeling bij de drie minderjarigen. Er was geen onderzoek naar hen verricht, geen plan opgesteld en ook geen concrete maatregelen genomen.
De enkele inschatting dat de situatie met de andere dochter zich zou kunnen herhalen was onvoldoende om een ernstige bedreiging aan te nemen. De school en het kindgesprek met een van de minderjarigen gaven geen aanleiding tot zorgen. Het hof concludeerde dat de inbreuk op het ouderlijk gezag niet gerechtvaardigd was en vernietigde de beschikking, wijzend het verzoek tot ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de drie minderjarigen wordt vernietigd en het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.