ECLI:NL:GHDHA:2017:1667
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- J.M. van Baardewijk
- I. Obbink-Reijngoud
- N.P.C. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen machtiging gesloten jeugdhulp en spoedmachtiging uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten jeugdhulpaccommodatie centraal. De minderjarige en zijn moeder zijn in hoger beroep gekomen tegen de spoedmachtiging van 2 maart 2017 en de machtiging van 27 maart 2017. De minderjarige was meerdere malen weggelopen en verbleef op onbekende adressen, terwijl de moeder recent een vaste woonplaats had betrokken en de minderjarige zich had ingeschreven op een school.
De moeder stelde dat de gedragswetenschapper de minderjarige voorafgaand aan de zitting van 6 maart 2017 niet persoonlijk had onderzocht, terwijl dit wel had gemoeten. Het hof oordeelde dat de spoedmachtiging van 2 maart 2017 haar kracht verloor op 6 maart 2017 omdat de gedragswetenschapper toen de minderjarige al enkele dagen in de gesloten accommodatie had kunnen bezoeken. Daarom werd de spoedmachtiging voor de duur na 6 maart 2017 vernietigd.
De machtiging gesloten jeugdhulp van 27 maart 2017 tot uiterlijk 30 mei 2017 werd echter bekrachtigd. Het hof vond dat de gesloten plaatsing noodzakelijk was vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en het risico dat de minderjarige zich aan de hulpverlening onttrekt. De gedragswetenschapper had grote zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige. Het hof benadrukte dat de moeder de samenwerking met de gecertificeerde instelling moet zoeken om het negatieve patroon te doorbreken en het perspectief van de minderjarige te verbeteren.
Uitkomst: De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp wordt vernietigd voor de duur na 6 maart 2017, maar de machtiging gesloten jeugdhulp van 30 maart tot 30 mei 2017 wordt bekrachtigd.