Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 13 juni 2017
[naam 1] ,
1. [naam 2] ,
2. [naam 3] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- a) € 6.933,33 bruto aan achterstallig salaris, te verminderen met het bruto equivalent van € 365,- en vermeerderd met de wettelijke verhoging ingevolge artikel 7:625 BW Pro,
- b) € 7.000,- ter zake een lening, alsmede
- c) € 1.176,- en € 1.190,- ter zake door hem voorgeschoten bedragen, kosten rechtens.
- brutoloon € 6.568,33
- wettelijke verhoging € 656,83
- brandstof € 1.190,00
- totaal € 8.415,16
- boete € 1.176,00
- lening € 7.000,00
- totaal € 8.176,00
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [geïntimeerden] hoofdelijk tot betaling aan [appellant] van het netto equivalent van € 7.225,16, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, ingaande de derde dag van de maand volgend op de maand waar het betreffende salaris en de wettelijke verhoging op zien, alsmede hoofdelijk tot betaling aan [appellant] van € 1.190,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 2013 tot aan de datum van algehele voldoening;
- veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling aan [appellant] van € 8.176,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 2013 tot aan de datum van algehele voldoening;
- veroordeelt [geïntimeerden] hoofdelijk in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] tot op 8 april 2016 begroot op € 73,- aan verschotten en € 750,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerden] hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 904,16 aan verschotten en € 632,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.