ECLI:NL:GHDHA:2017:1472
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ongeldig verklaard rijbewijs bij rijden
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs volgens artikel 123b, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994 (WVW) zijn geldigheid had verloren. Het hof in hoger beroep vernietigde dit vonnis en sprak de verdachte vrij omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
De tenlastelegging betrof het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 15 april 2016 te Delft. Volgens artikel 123b WVW verliest een rijbewijs zijn geldigheid automatisch indien de houder onherroepelijk is veroordeeld voor een alcoholgerelateerde overtreding binnen vijf jaar. De brief van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CVOM) stelde dat het rijbewijs van de verdachte ongeldig was geworden door een onherroepelijke veroordeling van 2 juli 2015.
Echter ontbrak in het dossier het vonnis van 2 juli 2015, waardoor het hof niet kon vaststellen of de verdachte inderdaad een alcoholgehalte boven de wettelijke norm had. Ook het uittreksel Justitiële Documentatie gaf hierover geen duidelijkheid. Hierdoor kon het hof niet aannemen dat het rijbewijs rechtsgeldig ongeldig was verklaard en sprak de verdachte vrij.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan op 2 mei 2017 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zijn rijbewijs ongeldig was op het moment van het rijden.