ECLI:NL:GHDHA:2017:1397
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- H. van den Heuvel
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak was de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 45 dagen, waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 40 uur subsidiair 20 dagen hechtenis. Daarnaast was een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de zitting op 14 maart 2017 heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, omdat de verdachte niet ter terechtzitting was verschenen.
Het hof nam kennis van een akte van intrekking van het hoger beroep, ondertekend door een gemachtigde van de verdachte. Gezien deze intrekking en op grond van artikel 416 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Het arrest werd uitgesproken door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 14 maart 2017.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.