ECLI:NL:GHDHA:2017:1369
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- E.A. Mink
- C. van Nievelt
- R.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij pleegmoeder met aandacht voor aanvaardbare termijn
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de pleegmoeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De rechtbank had eerder de uithuisplaatsing verlengd tot 1 mei 2017, met een ondertoezichtstelling tot 25 november 2017. De pleegmoeder verzocht om verlenging van de uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling, terwijl de gecertificeerde instelling dit afwees.
De minderjarige verblijft sinds juli 2014 bij de pleegmoeder, zijn oma, en heeft een ontwikkelingsachterstand en opvoedproblemen. De pleegmoeder benadrukte de noodzaak van stabiliteit en continuïteit in de zorg, terwijl de gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming stelden dat het perspectief bij de vader ligt en dat de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing nog niet is bereikt.
Het hof oordeelde dat de belangen van de minderjarige voorop staan en dat een verandering van woonomgeving te belastend kan zijn. De aanvaardbare termijn moet maatwerk zijn en in dit geval is het verlengen van de uithuisplaatsing bij de pleegmoeder gerechtvaardigd. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de duur van de machtiging betrof en verlengde de machtiging tot 25 november 2017, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegmoeder wordt verlengd tot 25 november 2017.