Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Rijnmond Maintenance Services B.V.,
1.Het verloop van het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- i) Stipp verzorgt de pensioenregeling van de branche voor personeelsdiensten. Sinds 1 januari 2004 zijn alle werkgevers in de uitzendbranche verplicht aangesloten bij Stipp, dit op basis van een verplichtstelling op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.
- ii) RMS Holding werd in 2005 opgericht. RMS B.V. is op 22 januari 2009 opgericht, waarbij de onderneming van RMS Holding in deze nieuwe vennootschap is ondergebracht. RMS B.V. houdt zich volgens de omschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel bezig met:
- iii) Bij brief van 8 augustus 2005 heeft Stipp RMS Holding bericht dat zij de onderneming van RMS Holding heeft aangesloten bij het pensioenfonds van Stipp. RMS Holding heeft in 2006 en 2007 de premienota’s van Stipp betaald.
- iv) Bij besluit van 30 januari 2009 is het verplichtstellingsbesluit gewijzigd. Artikel I van dit besluit luidt – voor zover relevant – als volgt:
uitzendonderneming:
uitzendovereenkomst
grief 1bestrijdt RMS het oordeel van de kantonrechter dat de werknemers van RMS B.V. hun arbeid onder leiding en toezicht van de opdrachtgever bij wie zij te werk zijn gesteld, verrichten. RMS stelt dat RMS B.V. geen uitzendorganisatie in de zin van artikel 7:690 BW Pro is en daarom ook niet onder de werkingssfeer van Stipp valt.
entoezicht van de opdrachtgever. RMS is er naar het oordeel van het hof niet in geslaagd het bewijsvermoeden te ontkrachten.
grief 2voert RMS aan dat Stipp haar recht heeft verwerkt om premies tot en met mei 2010 te incasseren. RMS stelt dat Stipp niet alleen jarenlang heeft stil gezeten waardoor RMS B.V. op het verkeerde been werd gezet over de verschuldigdheid van de premies, maar ook dat RMS B.V. nu ineens wordt geconfronteerd met een zeer hoge premievordering, die zij slechts gedeeltelijk op haar werknemers kan verhalen.