ECLI:NL:GHDHA:2016:989
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.F. Lagerwerf-Vergunst
- H.M.A. de Groot
- R.C. Langeler
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft de verdachte geen schriftelijke grieven tegen het vonnis van de politierechter ingediend en ook ter terechtzitting in hoger beroep geen mondelinge bezwaren naar voren gebracht. De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep. Het hof heeft ambtshalve geen redenen gezien om de zaak inhoudelijk te behandelen en heeft de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak betreft een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 maart 2016, waarbij de verdachte niet aanwezig was bij de zitting. Het hof heeft de procedure zorgvuldig gevolgd en de beslissing genomen conform de wettelijke bepalingen omtrent ontvankelijkheid in hoger beroep. De niet-ontvankelijkverklaring betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer van het hof, waarbij één van de rechters niet in staat was het arrest te ondertekenen. De zaak betreft een formele procedurele beslissing zonder inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.