ECLI:NL:GHDHA:2016:470

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2016
Publicatiedatum
29 februari 2016
Zaaknummer
200.125.563/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding hoger beroep Dexiazaak in afwachting prejudiciële vragen over oneerlijke bedingen

In deze civiele procedure tussen appellant en Dexia Nederland B.V. heeft het gerechtshof Den Haag het hoger beroep aangehouden. Dit volgt op een eerder tussenarrest waarin Dexia de gelegenheid kreeg haar standpunt over de redelijkheid van artikel 2 van Pro de overeenkomst nader toe te lichten.

Het hof verwijst naar een arrest van het hof Amsterdam waarin prejudiciële vragen aan de Hoge Raad worden gesteld over de oneerlijkheid van bedingen zoals artikel 6 van Pro de Bijzondere voorwaarden, die ook in deze zaak relevant zijn. Het hof wil voorkomen dat in vergelijkbare zaken uiteenlopende uitspraken worden gedaan en acht het daarom verstandig de antwoorden van de Hoge Raad af te wachten.

De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 6 september 2016, waar partijen de gelegenheid krijgen te reageren op de antwoorden van de Hoge Raad. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.

Het arrest is gewezen door de rechters Olthof, Arpeau en van der Woude en uitgesproken op 12 januari 2016.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.125.563/01
Zaaknummer rechtbank : 1126262 / CV EXPL 11-12721

arrest d.d. 12 januari 2016

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk, gemeente Lansingerland,
tegen

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding tot 20 januari 2015 verwijst het hof naar zijn arrest van die datum.
1.2
Ingevolge dat arrest heeft Dexia een akte na tussenarrest genomen en [appellant] een antwoordakte na tussenvonnis.
1.3
Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en is arrest gevraagd.

De beoordeling van het hoger beroep

2.1
Bij het tussenarrest is Dexia in de gelegenheid gesteld om haar standpunt dat artikel 2 van Pro de overeenkomst geen onredelijk beding is nader toe te lichten en met cijfers te onderbouwen.
2.2
Inmiddels heeft het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 15 december 2015, zaaknummer 200.123.722/01 bekend gemaakt dat hij, gezien de gerezen twijfels over de (on)eerlijkheid van bedingen als artikel 6 van Pro de Bijzondere voorwaarden en het feit dat deze kwestie niet alleen in de onderhavige zaak maar ook in een groot aantal andere aan het hof (en ook aan andere gerechten, zo is het hof uit eigen wetenschap bekend) ter beoordeling voorgelegde zaken onderwerp van geschil is, voornemens is prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Deze vragen zijn bedoeld om het hof in staat te stellen om, met behulp van de daarop te geven antwoorden, in deze en andere concrete zaken te beslissen of artikel 6 Bijzondere Pro voorwaarden een beding is dat uit het oogpunt van de in de Richtlijn 93/13 gegeven criteria oneerlijk is en dus buiten toepassing dient te blijven.
2.3
Ook in deze zaak is de vraag aan de orde of een vergelijkbaar beding, artikel 2 van Pro de overeenkomst, uit het oogpunt van de in de Richtlijn gegeven criteria oneerlijk is.
Het hof wil voorkomen dat in onderling vergelijkbare zaken uiteenlopende uitspraken worden gewezen. Hij acht het daarom aangewezen de antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen af te wachten alvorens verder wordt geprocedeerd.
2.4
Als de Hoge Raad de vragen heeft beantwoord, zullen partijen, te beginnen met Dexia daarop bij akte kunnen reageren. Het hof zal er veronderstellenderwijs vanuit gaan dat de Hoge Raad in juli 2016 de vragen beantwoordt en de zaak dus verwijzen naar de rol van dinsdag 6 september 2016.
2.5
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Beslissing

Het hof:
- verwijst de zaak naar de rol van 6 september 2016 voor het nemen van akte aan de zijde van Dexia met het doel zoals vermeld in rechtsoverweging 2.4 van dit arrest;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.M. Olthof, A.J.M.E. Arpeau en M.H. van der Woude en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.