ECLI:NL:GHDHA:2016:4417
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen huurovereenkomst maar gebruiksovereenkomst om niet; geen ongerechtvaardigde verrijking
In deze civiele zaak stond centraal of tussen partijen een huurovereenkomst was gesloten of dat sprake was van een gebruiksovereenkomst om niet. De appellant, een graafmachineverhuur- en transportbedrijf, stelde dat de geïntimeerde, een aannemersbedrijf, huur verschuldigd was voor het gebruik van een deel van een loods en terrein.
Het hof heeft de overwegingen van de kantonrechter overgenomen en aangevuld. Uit het dossier en getuigenverklaringen bleek dat de geïntimeerde expliciet toestemming had gevraagd en gekregen om het betreffende deel van de loods en het terrein te gebruiken. Dit gebruik was om niet, zonder verplichting tot betaling.
Het hof oordeelde dat hierdoor geen huurovereenkomst tot stand was gekomen, omdat een huurovereenkomst een tegenprestatie vereist. Ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling faalde, omdat het gebruik niet zonder rechtsgrond was geschied.
De beslissing van de kantonrechter werd bekrachtigd en de appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen huurovereenkomst is gesloten en veroordeelt appellant in de proceskosten.