Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op of omstreeks 1 mei 2014 te 's-Gravenhage,
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde verzet tegen politieambtenaren. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor verzet, maar vrijgesproken van een ander feit. Het hof oordeelde dat het politieoptreden onnodig en disproportioneel was, waardoor de opsporingsambtenaren niet in de rechtmatige uitoefening van hun bediening handelden.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof camerabeelden bestudeerd die het incident vastlegden. Op basis hiervan concludeerde het hof dat onvoldoende overtuigend is aangetoond dat de verdachte zich verzet heeft zoals omschreven in artikel 180 Sr Pro. Het gedrag van de verdachte werd eerder gezien als een poging zichzelf te beschermen tegen het politiegeweld.
Het hof verwierp tevens het verweer van de verdediging dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens vormverzuim. Het hof stelde vast dat de verdachte met zijn advocaat zijn verdediging adequaat kon voeren en dat het opportuniteitsbeginsel het OM de ruimte geeft om te vervolgen. De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor het deel gericht tegen de vrijspraak in eerste aanleg.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de politierechter voor zover het verzet betrof en sprak verdachte vrij van dit feit. Dit arrest werd uitgesproken op 4 mei 2016 door mr. N. Schaar, mr. R.F. de Knoop en mr. E.P.J. Myjer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens disproportioneel politiegeweld waardoor geen sprake was van verzet.