ECLI:NL:GHDHA:2016:4298
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Verhuisverbod vader met eenhoofdig gezag naar Engeland afgewezen na belangenafweging
De moeder vordert een verhuisverbod voor de vader met eenhoofdig gezag over hun minderjarige kinderen, omdat zij van mening is dat de verhuizing naar Engeland de belangen van de kinderen schaadt en het contact met haar ernstig bemoeilijkt wordt. De vader is in 2015 met de kinderen naar Engeland verhuisd en voert aan dat de verhuizing noodzakelijk was om de jongmeerderjarige zoon met verslavingsproblemen uit zijn omgeving te halen en dat de minderjarige kinderen zich goed hebben aangepast.
Het hof stelt vast dat de vader het gezag uitoefent en dat hij het recht heeft de woonplaats van de kinderen te bepalen, mits hij het geestelijk en lichamelijk welzijn van de kinderen waarborgt en de banden met de moeder bevordert. De vader heeft getracht de verhuizing met de moeder te bespreken, maar zij weigerde te communiceren. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de verhuizing niet onaanvaardbaar is voor de kinderen en dat de banden met de moeder niet ernstig worden geschaad.
De contacten tussen de moeder en de kinderen waren al beperkt voordat de verhuizing plaatsvond en de vader heeft zich ingespannen om contact te faciliteren. De moeder weigert echter zelf te reizen en beperkt het contact. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst het verzoek tot verhuisverbod af, met compensatie van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot een verhuisverbod voor de vader met eenhoofdig gezag wordt afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.