ECLI:NL:GHDHA:2016:4295
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- J.A. van Kempen
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagplicht voor schuld uit gezamenlijke kredietovereenkomst na samenleving
In deze zaak staat centraal of de vrouw mede verantwoordelijk is voor de aflossing van een kredietovereenkomst die partijen gezamenlijk met een kredietgever zijn aangegaan. De man stelt dat de schuld gelijkelijk moet worden gedragen, terwijl de vrouw betoogt dat zij slechts heeft meegetekend omdat de man niet zelfstandig kon lenen en dat de lening uitsluitend diende voor zijn eigen schulden.
Het hof past de Haviltexmaatstaf toe om de samenlevingsovereenkomst uit 2008 uit te leggen, waarbij niet alleen de tekst maar ook de omstandigheden en verwachtingen van partijen worden betrokken. Uit het bewijs blijkt dat de man de lening heeft gebruikt voor eigen schulden die al bestonden vóór de samenleving en dat de vrouw geen beschikking had over de gelden.
Gelet op deze feiten en de uitleg van de overeenkomst oordeelt het hof dat de schuld volledig voor rekening van de man komt. De grieven van de man worden verworpen en het bestreden vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrouw niet mede aansprakelijk is voor de schuld uit de gezamenlijke kredietovereenkomst.