ECLI:NL:GHDHA:2016:4293
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Kamminga
- van Nievelt
- Mink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugbetaling lening door schoonzoon aan schoonmoeder na echtscheiding
In deze civiele familierechtelijke zaak stond centraal of een bedrag van €25.000,- dat de schoonmoeder aan haar schoonzoon en dochter ter beschikking stelde, een lening of schenking was. De schoonmoeder vorderde terugbetaling van de helft van dit bedrag van de schoonzoon na de echtscheiding van het echtpaar.
De rechtbank had de vordering toegewezen omdat de maandelijkse betalingen van €60,- aan de schoonmoeder niet pasten bij een schenking en de omstandigheden wezen op een lening. De schoonzoon betwistte dit, stelde dat sprake was van een schenking, betwistte de ondertekening van de leenovereenkomst en voerde aan dat de bewijslast bij de schoonmoeder lag.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank. Uit de bewijsvoering, waaronder een voorlopig getuigenverhoor, bleek voldoende dat sprake was van een lening. De maandelijkse betalingen werden als rente gekwalificeerd. Het hof oordeelde dat de schoonzoon voordeel had gehad van de lening en dat de vordering tot terugbetaling terecht was toegewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep werd verder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het ter beschikking gestelde bedrag een lening betreft en wijst de vordering tot terugbetaling van €12.500,- toe.