ECLI:NL:GHDHA:2016:4132
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verdeling doorlopend krediet en huurinkomsten na echtscheiding
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake de verdeling van een doorlopend krediet en de huurinkomsten van een pand na echtscheiding.
De rechtbank had bepaald dat de man de schuld van het doorlopend krediet volledig moest dragen en een bedrag aan de vrouw moest betalen als haar deel van de huurinkomsten. De man stelde dat de schuld en de huurinkomsten gelijkelijk tussen partijen verdeeld moesten worden, aangezien hij geen inkomen had en de rente op de schuld uit de huurinkomsten betaalde.
Het hof overwoog dat de huwelijksgoederengemeenschap ontbonden was op het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en dat partijen op grond van artikel 3:172 BW Pro recht hebben op de vruchten van gemeenschappelijk goed en in gelijke mate moeten bijdragen aan de lasten. Het hof stelde vast dat onvoldoende duidelijk was wie welke baten en lasten had gedragen, en oordeelde dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld en gerechtigd zijn tot de helft van de huurinkomsten.
De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover deze afweek van deze verdeling en het hoger beroep van de man werd deels toegewezen. Tevens werd opgemerkt dat een partij die meer dan zijn aandeel heeft voldaan een regresvordering heeft op de ander.
Uitkomst: Partijen zijn ieder voor de helft draagplichtig voor het doorlopend krediet en gerechtigd tot de helft van de huurinkomsten en lasten van het pand.