ECLI:NL:GHDHA:2016:3980

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2016
Publicatiedatum
4 januari 2017
Zaaknummer
22-002806-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs vernieling auto in hoger beroep

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor opzettelijke vernieling van een Mercedes-auto die toebehoorde aan een ander. In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot een geldboete van €250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding, welke in hoger beroep niet meer aan de orde was.

Het gerechtshof heeft het bewijs opnieuw onderzocht, waaronder de afbeeldingen en de verklaringen van de aangever en verdachte. Het hof hechtte geen doorslaggevende waarde aan de afbeeldingen vanwege onzekerheden en vond de verklaringen van de aangever en verdachte gelijkwaardig. Hierdoor was niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van vernieling. De vordering tot schadevergoeding bleef buiten beschouwing omdat de benadeelde partij zich niet had opnieuw gevoegd in hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van vernieling.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002806-16
Parketnummer: 09-230206-15
Datum uitspraak: 15 december 2016
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 3 juni 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1984,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 15 december 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis, te voldoen in vijf opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 50,- elk.
De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Nu de benadeelde partij zich niet opnieuw heeft gevoegd, is deze vordering tot schadevergoeding in hoger beroep niet meer aan de orde.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 16 november 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Mercedes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Het hof is van oordeel dat aan de afbeeldingen die zich in het dossier bevinden, mede in het licht van het bevindend commentaar van de verbalisanten bij deze afbeeldingen waarin meerdere onzekerheden worden uitgedrukt, geen doorslaggevende betekenis toekomt. Het hof is voorts van oordeel dat er bij de beoordeling van de tegen over elkaar staande verklaringen van de aangever en de verdachte niet op voorhand méér waarde kan worden toegekend aan de verklaring van de aangever dan aan de verklaring van de verdachte, die het tenlastegelegde ontkent. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,
mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. H. van den Heuvel, in bijzijn van de griffier mr. A.D. Verhoeven.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 december 2016.