ECLI:NL:GHDHA:2016:3942
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beëindigde samenwoning en vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige kinderen
Partijen, voormalige samenwonenden en ouders van vijf minderjarige kinderen, zijn in geschil over de hoofdverblijfplaats van enkele kinderen en de zorg- en omgangsregeling. De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van één of meer kinderen bij hem te bepalen, hoofdzakelijk om financiële redenen, terwijl de vrouw dit afwijst vanwege het ontbreken van afspraken over de besteding van kinderbijslag en de zorgverantwoordelijkheden.
Het hof stelt vast dat de man slechts het gezag over het jongste kind uitoefent en dat de hoofdverblijfplaats van dit kind niet gewijzigd zal worden omdat dit niet in zijn belang is. De omgangsregeling wordt conform de wensen van partijen vastgesteld, waarbij de kinderen om de veertien dagen bij de man verblijven en de helft van vakanties en feestdagen doorbrengen.
De vrouw verzoekt tevens kinderalimentatie, welke deels wordt afgewezen omdat de draagkracht van de man beperkt is. Het hof oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor vermeende zwarte inkomsten en bevestigt de berekening van het netto besteedbaar inkomen van de man. Ook de werkelijke woonlasten van de man worden als uitgangspunt genomen.
De rechtbank Rotterdam wordt vernietigd voor zover het de zorg- en opvoedingstaken betreft en het hof stelt een nieuwe regeling vast. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het jongste kind blijft bij de vrouw; de omgangsregeling wordt uitgebreid ten gunste van de man en de overige bepalingen worden bekrachtigd.