ECLI:NL:GHDHA:2016:3753
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen erfgenamen over financiële verantwoording en verdeling nalatenschap
In deze zaak zijn twee broers, beiden erfgenamen van hun moeder die in 2011 overleed, in geschil over de financiële afwikkeling en verdeling van haar nalatenschap. De moeder en haar kinderen waren eigenaar van een woning die verhuurd werd, en er zijn conflicten over het beheer van de bankrekeningen van de moeder en de afdracht van huurpenningen.
Appellant vordert onder meer dat geïntimeerde binnen een maand rekening en verantwoording aflegt over het financiële beheer van de bankrekeningen van de moeder en een vergoeding betaalt wegens vermeend foutief beheer. Tevens vordert appellant medewerking aan de notariële levering van de woning en machtiging tot verkoop bij weigering.
Het hof oordeelt dat de moeder niet wilsonbekwaam was en dat geïntimeerde niet verplicht is tot het afleggen van rekening en verantwoording, omdat er geen rechtsverhouding bestond die dit vereiste. De vordering tot vergoeding wegens foutief beheer faalt. Daarnaast wordt geoordeeld dat de gemaakte verbouwingskosten hoger zijn dan de huurpenningen, waardoor geen vordering op dat punt bestaat. De eiswijzigingen worden afgewezen wegens niet-betekening aan geïntimeerde. De proceskosten worden gecompenseerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.