ECLI:NL:GHDHA:2016:3752
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- C. van Nievelt
- A.N. Labohm
- A.E. Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verstreken schorsing omgangsregeling
De man is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter die de omgangsregeling met zijn minderjarige kind voor drie maanden had geschorst in afwachting van een onderzoek door Veilig Thuis. De voorzieningenrechter had bepaald dat gedurende deze periode de omgang één keer per veertien dagen zou plaatsvinden in een kinderspeelparadijs, waarbij de zorg- en opvoedingstaken waren opgeschort.
De man vorderde in hoger beroep dat het hof het bestreden vonnis vernietigt en de vrouw veroordeelt tot nakoming van de oorspronkelijke omgangs- en contactregeling, met een dwangsom bij niet-nakoming en eventueel lijfsdwang. De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren of zijn vorderingen af te wijzen.
Het hof oordeelt dat de termijn van de schorsing inmiddels is verstreken en dat het vonnis een ordemaatregel betrof. Hierdoor ontbreekt het belang van de man bij het hoger beroep, zodat hij niet-ontvankelijk is. Het hof vindt dat de voorzieningenrechter het vonnis voldoende heeft gemotiveerd en compenseert de proceskosten in redelijkheid en billijkheid, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk en compenseert de proceskosten. De uitspraak is gedaan door drie raadsheren tijdens een openbare zitting op 15 november 2016.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de schorsing van de omgangsregeling is verstreken.