ECLI:NL:GHDHA:2016:3743
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige na afwijzing eerste aanleg
De vader kwam in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot gesloten uithuisplaatsing van zijn minderjarige zoon. De kinderrechter had het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging afgewezen.
Het hof stelde vast dat de minderjarige tijdelijk in Engeland verbleef, maar inmiddels weer in Nederland is en contact onderhoudt met een jeugdzorgwerker. Uit een persoonlijkheidsonderzoek bleek dat de minderjarige een oppositionele gedragsstoornis en een licht verstandelijke beperking heeft, met een IQ van 69. De relatie met zijn ouders is verstoord en hij vertoont problematisch gedrag, waaronder drugsgebruik en het weigeren van schoolbezoek. De vader kan niet voor hem zorgen en wenst een gesloten plaatsing.
Het hof oordeelde dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling aanwezig zijn en vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de verlenging afwees. De ondertoezichtstelling werd verlengd tot 11 juni 2017. Het verzoek van de vader tot gesloten jeugdhulp werd niet-ontvankelijk verklaard omdat ouders volgens de Jeugdwet niet tot de kring van verzoekers behoren. Verzoeken tot gezagsbeëindiging werden niet behandeld omdat dit niet expliciet was ingediend.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 11 juni 2017, verzoek tot gesloten jeugdhulp van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard.