Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 20 december 2016
[appellante],
ING Bank N.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
31 januari 2017vanaf
11.00 uur;
13.30 uur;
Gerechtshof Den Haag
Op 12 april 2013 nam appellante €5.000,- contant op aan de balie van het ING-kantoor te Rotterdam. Kort daarna werd zij op straat beroofd van dit bedrag door personen die hadden gezien dat zij geld had opgenomen. Appellante vordert ING aansprakelijk te stellen voor de schade wegens de inrichting van het kantoor.
De kantonrechter wees de vordering af, stellende dat ING niet onrechtmatig had gehandeld. Het hof acht de beroving voorshands aannemelijk op basis van aangifte, camerabeelden en getuigenverklaringen. ING betwist aansprakelijkheid en het causaliteitsverband.
Het hof gelast een plaatsopneming en bezichtiging van het ING-kantoor om de inrichting te beoordelen en beveelt een comparitie ter plaatse om nadere inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te onderzoeken. Verdere beslissing wordt aangehouden tot na deze procedurele stappen.
Uitkomst: Hof gelast plaatsopneming en comparitie en houdt verdere beslissing aan.