ECLI:NL:GHDHA:2016:3534

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2016
Publicatiedatum
29 november 2016
Zaaknummer
22-000391-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis mishandeling met breekijzer en geweld tegen benadeelde partij

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor mishandeling van een persoon met een breekijzer, waarbij meerdere slagen en schoppen werden toegebracht aan het hoofd, de rug, de armen en het lichaam van het slachtoffer. De mishandeling vond plaats op of omstreeks 18 december 2013 te Papendrecht.

De rechtbank Rotterdam veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en legde bijzondere voorwaarden op zoals meldplicht en behandelverplichting. De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 augustus 2016 het vonnis van de rechtbank bevestigd, met enkele aanvullingen en verbeteringen in de motivering en bewijsmiddelen. Het hof achtte bewezen dat de verdachte de benadeelde partij met een breekijzer of een hard voorwerp heeft geslagen en geschopt, en dat het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De advocaat-generaal had eveneens gevorderd het vonnis te bevestigen. Het hof vond geen aanleiding tot andere beschouwingen en besloot het vonnis te bekrachtigen met inachtneming van de aangebrachte aanvullingen. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier, waarbij een van de rechters niet kon medeondertekenen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens mishandeling met een breekijzer.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000391-15
Parketnummer: 10-680567-14
Datum uitspraak: 23 augustus 2016
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 januari 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortejaar] 1991,
[adres], ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 9 augustus 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het impliciet primair en impliciet subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het impliciet meer subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan de verdachte zijn als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting opgelegd.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 december 2013 te Papendrecht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade een persoon genaamd [benadeelde partij] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal (telkens)
- ( met kracht) die [benadeelde partij] met een breekijzer/koevoet, althans met een hard voorwerp op de rug en/of op de arm(en) en/of hand(en), althans op het lichaam heeft geslagen, en/of
- ( met kracht) met een breekijzer/koevoet, althans met een hard voorwerp, in de richting van het hoofd, althans het (boven)lichaam, van die [benadeelde partij] heeft gezwaaid en/of geslagen, en/of
- ( met kracht) op en/of in de richting van het hoofd en/of op de rug en/of in de buik, althans op het lichaam van die [benadeelde partij] heeft geslagen en/of geschopt en/of getrapt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft –overeenkomstig het op schrift gestelde, aan het hof overgelegde en in het dossier gevoegde requisitoir- gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvullingen en verbetering aanbrengt.
Aanvulling toegepaste wetsartikelen:
Het hof vult de in het vonnis waarvan beroep toegepaste wetsartikelen aan met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Aanvulling bewijsmiddel 2, zoals weergegeven in bijlage II bij vonnis van 22 januari 2015:
In de eerste zin
“Op 18 december 2012 (...)”, dient na “
2012”te worden ingevoegd “(het hof begrijpt: 2013)”.
Verbetering bewijsmiddel 6, zoals weergegeven in bijlage II bij vonnis van 22 januari 2015:
Onder
“Berichten:”wordtde huidige tekst vervangen door: “Aan: [telefoonnummer]
Datum: 10-07-2014 16:40
Hoi hoi of je faab even wil bellen op [telefoonnummer]”.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Moussault, mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. R.C. Langeler, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 augustus 2016.
Mr. M.P.J.G. Göbbels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.